Wie betaalt de bruiloft?

Wie betaalt de bruiloft?

9 min leestijd

In Nederland en België betaalt het stel de bruiloft in de meeste gevallen grotendeels zelf. Een bijdrage van ouders is gebruikelijk, maar meestal als aanvulling en niet als hoofdmoot. De oude regel dat de familie van de bruid alles betaalt, beschrijft hier al een generatie lang niet meer wat er gebeurt.

Plannen jullie je droomhuwelijk?

Maak in enkele minuten jullie eigen trouwwebsite – met RSVP-functie, fotogalerij en meer.

Nu trouwwebsite maken

Dat is een echt verschil met het Amerikaanse beeld dat in veel trouwadvies doorklinkt. Daar dragen ouders gemiddeld ongeveer de helft van de rekening. In Duitsland, waar wel onderzoek naar is gedaan, betaalt ruim driekwart van de stellen de hele bruiloft zelf. Nederland en België lijken sterk op dat tweede patroon: mensen trouwen later, hebben een eigen inkomen en een eigen huishouden, en de bruiloft wordt daarmee een eigen uitgave.

Dat maakt de vraag niet minder belangrijk, want de aanname waarmee jullie beginnen bepaalt het hele budget. Een stel dat op een bijdrage rekent, bouwt een ander plan dan een stel dat dat niet doet.

1. Hoe het hier verdeeld ligt

De kern: het stel draagt in de Lage Landen doorgaans het grootste deel, en een bijdrage van ouders komt daar bovenop. Precieze percentages zijn er niet, omdat geen instantie het meet, maar het patroon is stabiel genoeg om op te plannen.

Wat wel duidelijk is, is de vorm die zo'n bijdrage aanneemt. Ouders betalen zelden een aandeel in het totaal; ze nemen een herkenbaar stuk voor hun rekening. De bloemen, de drank, de trouwringen, het diner van de dag ervoor. Dat is voor beide kanten makkelijker: een bedrag geven is abstract, een post overnemen is concreet.

Wie betaaltWat dat meestal betekent voor de omvang
Stel betaalt een minderheideen ruimer feest dan het eigen inkomen alleen zou dragen
Stel betaalt het grootste deelde gewone situatie hier; het budget volgt uit wat jullie sparen
Stel betaalt allesvaker een korter feest, een kleinere gastenlijst of veel eigen werk

Lees die tabel goed. Er staat niet dat familiegeld een bruiloft beter maakt. Er staat dat een groot feest in de praktijk zelden volledig uit eigen zak komt — dus wie een bruiloft van 25.000 euro plant op het eigen inkomen, doet iets wat niet vanzelfsprekend is en er dus ook naar mag plannen.

De vraag is niet wie er traditioneel betaalt. De vraag is wie die van jullie betaalt — en of iedereen die erbij betrokken is het antwoord kent.

2. Wat de traditie zei

De klassieke verdeling, die hier tot ergens in de jaren tachtig meeging, zag er ruwweg zo uit:

  • de ouders van de bruid betaalden de ceremonie, het feest, de bloemen, de fotografie en de jurk
  • de ouders van de bruidegom betaalden het diner vooraf, de ringen en de huwelijksreis
  • het bruidspaar betaalde weinig, omdat het meestal net het ouderlijk huis uit was

Twee dingen hebben dat kader onbruikbaar gemaakt. Stellen trouwen later en komen met een eigen inkomen aan de start — in Nederland en België ligt de gemiddelde huwelijksleeftijd ruim boven de dertig. En de vorm van gezinnen is veranderd op manieren waar de regel nooit rekening mee hield: samengestelde gezinnen, stellen van gelijk geslacht, ouders die al jaren apart wonen. Wie in zo'n situatie de traditionele verdeling probeert toe te passen, komt bij de eerste vraag al vast te zitten.

Waar de traditie nog goed voor is

Ze geeft ouders die willen bijdragen een kant-en-klare vorm om dat in te doen. Een specifiek onderdeel noemen — de drank, de bloemen, het diner de avond ervoor — is veel makkelijker aan te bieden en aan te nemen dan een open bedrag.

2. Wat de traditie zei — Wie betaalt de bruiloft?

3. Hoe dat elders ligt

De verschillen tussen landen zijn groter dan mensen denken. In Duitsland betaalt ruim 75 procent van de stellen de hele bruiloft zelf; ouders dragen in ongeveer 17 procent van de gevallen mee en betalen in minder dan 2 procent alles. In het Verenigd Koninkrijk kreeg 61 procent van de stellen geld van familie, het hoogste aandeel in Europa, tegen 40 procent in Frankrijk en 35 procent in Spanje. In de Verenigde Staten dragen ouders gemiddeld ongeveer de helft.

Twee praktische gevolgen. Ten eerste gaat trouwadvies dat voor één markt geschreven is stilzwijgend uit van een financieringsstructuur die de andere niet heeft — dat is precies waarom Amerikaanse budgetadviezen hier vaak vreemd aanvoelen. Ten tweede: plannen jullie een bruiloft met families uit verschillende landen, dan kunnen de verwachtingen over wie wat aanbiedt scherp uiteenlopen, en geen van beide kanten zal het als een cultuurverschil herkennen.

Breng het dan vroeg en expliciet ter sprake in plaats van aan te nemen dat er een gedeeld script bestaat.

4. Als er verwachtingen aan het geld hangen

Het gebruikelijke conflict gaat niet over het bedrag. Het gaat over wat de bijdrage koopt aan invloed — de gastenlijst, de locatie, de vorm van de dag.

Drie afspraken die in de praktijk werken:

  1. Geoormerkte bijdrage. Ouders nemen één afgebakende post voor hun rekening — de drank, de bloemen, het diner vooraf — en beslissen daarover mee. De rest blijft bij jullie.
  2. Vast bedrag, zonder voorwaarden. Een genoemd bedrag, eenmalig, zonder zeggenschap. Dat moet hardop gezegd worden; gebeurt dat niet, dan vult iedereen het zelf in.
  3. Gasten toewijzen. Wie gasten wil toevoegen, betaalt hun variabele kosten. Bij 70 tot 130 euro per gast is een tafel van acht 560 tot 1.040 euro — een getal dat een discussie in rekenwerk verandert.

De derde lost de meest voorkomende ruzie in de hele trouwplanning op, en die gaat helemaal niet over geld maar over wie de stoelen mag vullen.

Als beide kanten ongelijke bedragen geven

De lastigste versie van dit gesprek is niet die waarin niemand bijdraagt. Het is die waarin beide families willen bijdragen en de bedragen ver uiteenlopen. Een bijdrage van 2.000 euro naast een van 12.000 schept een onevenwicht in invloed dat met goede wil niet helemaal verdwijnt, en het komt meestal niet bij het budget maar bij de gastenlijst naar boven.

Twee aanpakken werken. Of jullie vragen beide kanten apart en vertellen geen van beiden wat de ander gaf, zodat elke bijdrage een zaak blijft tussen jullie en die ouders. Of jullie vragen om geoormerkte bijdragen van verschillende aard, die zich niet laten vergelijken: de ene kant neemt het diner vooraf, de andere de drank. Wat niet in dezelfde kolom past, wordt ook niet met zichzelf vergeleken.

Hoe dan ook moet één ding hardop gezegd worden: of het bedrag eenmalig is of een aandeel dat meegroeit als het budget groeit. Zonder die afspraak wordt een toezegging van 6.000 euro door de gever vaak gehoord als "een derde van het geheel", en dan schuift hun getal mee zodra jullie totaal schuift.

4. Als er verwachtingen aan het geld hangen — Wie betaalt de bruiloft?

5. Voordat jullie iemand iets vragen

Reken eerst drie getallen uit, want een vaag gesprek over geld levert een vaag antwoord op:

  1. Wat de bruiloft die jullie willen werkelijk kost. Niet de wens — een echte schatting met een echt gastenaantal.
  2. Wat jullie tussen nu en de dag kunnen sparen. Tel de maanden.
  3. Het gat, en wat jullie zonder hulp zouden doen.

Het derde punt doet het werk. Kunnen zeggen dat jullie zonder bijdrage 70 in plaats van 100 gasten zouden vragen, verandert de toon van het gesprek volledig: het is informatie en geen verzoek, en het maakt duidelijk dat de bruiloft er hoe dan ook komt.

Als jullie aan lenen denken

Een lening voor een feest is een legitieme keuze als hij bewust wordt genomen en de maandlast in het huishouden past. Hij is een slechte keuze als hij het toevallige eindpunt is van een budget dat een jaar lang omhoog kroop. Reken in Nederland op registratie bij het BKR en in België bij de Centrale voor Kredieten aan Particulieren; beide zijn zichtbaar als jullie later een hypotheek aanvragen, en dat is meestal de reden om er niet aan te beginnen. Een langere verlovingstijd is bijna altijd de goedkopere knop: zes maanden extra sparen kost geen rente.

De belastingvraag, en de vraag van de timing

Onder elke bijdrage van ouders liggen twee praktische punten, en allebei worden ze makkelijk verkeerd ingeschat.

Het eerste is schenkbelasting. In Nederland geldt een jaarlijkse vrijstelling voor een schenking van ouders aan een kind, en daarnaast een eenmalig verhoogde vrijstelling voor kinderen tussen de 18 en 40 jaar. Twee dingen zijn belangrijker dan de bedragen zelf, die jaarlijks worden geïndexeerd en dus bij de Belastingdienst opgezocht moeten worden en niet in een blog. Ten eerste tellen vader en moeder samen als één schenker — de vrijstelling geldt per ouderpaar per kind, niet per ouder. Dat is precies andersom dan in de Verenigde Staten, waar elke ouder een eigen vrijstelling heeft, en het is de fout die Amerikaans trouwadvies hier veroorzaakt. Ten tweede is de schenking aan jullie beiden niet automatisch twee schenkingen: de partner van het kind valt voor de schenkbelasting niet vanzelf onder dezelfde vrijstelling. In België werkt het anders én per gewest: een handgift van geld is onbelast zolang die niet geregistreerd wordt en de schenker daarna nog een bepaalde periode leeft, en die periode is de laatste jaren gewijzigd. Een geregistreerde geldschenking in rechte lijn kost daar ongeveer drie procent. Vraag het na bij een notaris in plaats van op een getal te vertrouwen dat ergens is opgeschreven.

Het tweede punt is de timing, en dat speelt vaker. De eerste grote betaling is de aanbetaling van de locatie, vaak twaalf tot achttien maanden voor de datum. Op een contract van 9.000 euro voor zaal en catering is een aanbetaling van 25 procent 2.250 euro die er meteen moet zijn. Vraag dus niet alleen hoeveel maar ook wanneer de bijdrage beschikbaar is. Een toezegging die pas in maart betaald wordt, helpt niet bij een aanbetaling in oktober daarvoor — en dan is de verstandige afspraak dat jullie de aanbetaling zelf doen en het familiegeld naar de eindafrekening gaat.

Bepaal het bedrag dat jullie zelf kunnen dragen vóór het eerste gesprek met een leverancier. Al het andere, inclusief de vraag of jullie überhaupt iets vragen, volgt daaruit.

En leg de timing vast voordat jullie het onderwerp aansnijden: vraag het vóór de eerste aanbetaling, niet erna. Een bijdrage die wordt toegezegd als de contracten al getekend zijn, verandert alleen wie er betaalt. Een bijdrage die vooraf wordt toegezegd, verandert de bruiloft.

Plannen jullie je droomhuwelijk?

Maak in enkele minuten jullie eigen trouwwebsite – met RSVP-functie, fotogalerij en meer.